Het draait niet om natuur erbij, maar om anders boeren. Binnen één perceel worden meerdere gewassen geteeld en wordt rust gecreëerd in het groeiseizoen. Daardoor ontstaat er ruimte voor akkervogels, insecten en bodemleven. Het beperken van bewerking en gewasbescherming hoort daarbij.
Brord Sloot, natuurinclusieve akkerbouwer en vleesveehouder in Herwen: “Je moet veel aandacht voor de bodem hebben. Doordat je een aantal dingen niet meer mag, zoals spuitmiddelen en na half mei niet meer schoffelen, moet de bodem heel goed voorbereid zijn.”
Binnen BAM-akkers spelen extensieve gewassen een grote rol, zoals granen, veldbonen en vezelhennep. Deze passen goed in een systeem met minder verstoring en meer variatie. De keuzes in het bouwplan draaien om balans tussen opbrengst en bijdrage aan het systeem:
“Bij mij zijn de veldbonen tot nu toe het meest rendabel, maar deze bloeien ook mooi. Verder hebben we granen en vezelhennep geteeld. Ook deze zijn goed voor de biodiversiteit.”
Niet elk gewas hoeft maximaal te renderen. Sommige gewassen leveren direct geld op, andere versterken de bodem of biodiversiteit. Juist die combinatie geeft het systeem een bepaalde mate van robuustheid.
Tijdens de natuurinclusieve landbouwdag op 16 april in Lunteren overhandigde Hermen Vreugdenhil het BAM magazine aan wethouder Jan Pieter van der Schans. In dit magazine vind je prachtige verhalen van boeren, ecologen en landbouwexperts over de kracht van BAM akkers.
Voor (melk)veehouders zit de kracht van BAM-akkers vooral in de verbinding met hun veehouderij. Akkerbouw en vee grijpen sterker in elkaar, maar dat vraagt wel om keuzes in mest en veestapel:
“Dat past prima, maar ik heb meer mest nodig dan ik koeien heb. Dus tot nu toe heb ik aanvoer van rundveedrijfmest op de akkerbouwpercelen. In de BAM-akker gebruik ik alleen potstalmest van de eigen koeien. Eventuele uitbreiding van het aantal koeien zou kunnen, maar dan is de stal weer te klein…”
Ook het voersysteem verandert: “ik was al zelfvoorzienend voor het voer voor de koeien voordat ik met de BAM begon. Nu verandert het rantsoen naar grasklaver met luzerne.”
Het verdienmodel van BAM-akkers bestaat uit meerdere onderdelen. Vergoedingen (zoals ANLb) vormen een basis, maar het systeem draait vooral om risicospreiding en andere keuzes in het bouwplan. Of BAM-akkers werken, hangt vooral af van hoe ze aansluiten op de bestaande bedrijfsvoering. Denk aan afzet, voer en planning:
“Je moet inderdaad wel afzet hebben voor de luzerne die uit de BAM-akker komt. Dit kan naar koeien, maar ook naar paarden. Als je verder de gewassen in de stroken van de BAM synchroon kunt laten lopen met de rest van je bouwplan, kun je de BAM makkelijker inpassen in je bedrijfsvoering. En dan heb je toch een heleboel winst in toename van je biodiversiteit en werkplezier.”