2026 04 NIL Dag Gelderland Vd Voort Lunteren Foto (128)

Meer uit mest, compost en bodem: zo werk je naar minder externe input

Steeds meer melkveehouders zijn op zoek naar manieren om minder afhankelijk te worden van kunstmest en andere externe inputs. De sleutel ligt daarbij niet alleen in wat je aanvoert, maar vooral in wat er in de bodem gebeurt. Een actieve bodem kan zelf meer voedingsstoffen beschikbaar maken. En juist daar komen mest, compostthee en ook bokashi samen. De kern is simpel: als je bodem beter werkt, haal je meer uit wat je al hebt.

De bodem als motor van je bedrijf

Een goed werkende bodem herken je aan actief bodemleven en sterke wortelgroei. Kort gras met lange wortels is daar een voorbeeld van. In zo’n bodem maken bacteriën en schimmels voedingsstoffen vrij voor de plant. Dat betekent dat je minder hoeft aan te voeren.

Compostthee wordt ingezet om dat bodemleven te stimuleren. Het is een mengsel van water en compost, aangevuld met voeding zoals luzerne pellets, dat in een vat wordt belucht. Door die beluchting ontstaat een sterke groei van bacteriën. Die blijven in suspensie en worden uitgereden over het land, meestal zo’n 100 tot 120 liter per hectare.

Het is belangrijk om te beseffen dat compostthee geen meststof is, maar een bodemverbeteraar. Het doel is niet om voeding toe te voegen, maar om het systeem aan te zetten. Boeren zien dat er na enkele weken meer wortelgroei ontstaat, wat vooral op zandgronden van grote waarde is.

In het geval van mest uit de put is het verschil tussen rotting en rijping belangrijk. Rottingsprocessen zorgen voor een hogere pH en dat wil je juist niet. Je wilt een rijpingsproces, waarin bacteriën en schimmels actief blijven en bijdragen aan een stabiele bodem. Ook bokashi past in deze denklijn: het benutten van organische stromen op een manier die het bodemleven ondersteunt en voedingsstoffen beschikbaar maakt.

Mest als basis: kwaliteit bepaalt effect

Een actieve bodem kan alleen goed werken als de mest die je aanvoert ook van goede kwaliteit is. Daarom begint dit verhaal in de stal.

De verhouding tussen maïs en gras (bijvoorbeeld 30/70) heeft invloed op de vertering. Maïs verteert vaak goed, en dat kun je controleren. Door mest te zeven zie je wat er onverteerd blijft. Blijven er resten achter, dan kun je het rantsoen aanpassen, bijvoorbeeld met meer eiwit of meer structuur.

Veel structuur voeren, minder graan en meer hooi helpt om de pens goed te laten functioneren. Ook TMR voeren over ruwvoer heen zorgt voor een gelijkmatige opname. Het doel is dat het voer zo goed mogelijk wordt benut, zodat er zo min mogelijk verloren gaat.

“Met een mesttoolbox kun je dit proces beter volgen”, zegt Yvette van Wichen, projectleider bij LTO Noord. “Je krijgt zowel de kwaliteit van de mest als de vertering van de koe in beeld. Je ziet hoeveel resten er overblijven en in hoeverre die nog opneembaar zijn voor de bodem. Het is bovendien een praktische methode om toe te passen na veranderingen in het rantsoen”. In de mesttoolbox zitten een pH-meter (incl. EC-meter), vloeistoffen om de pH meter te ijken, een maatbeker om mest te mengen met water, een standaard met liniaal voor het bepalen van de kleverigheid van de mest en een mestzeef voor het bepalen van de verteerbaarheid.

De investering hiervoor is relatief beperkt: de toolbox kost ongeveer €450 en vraagt eens per twee weken wat tijd om analyses uit te voeren.

Ook de pH van mest speelt een rol. Met strips of een meter kun je die meten. Belangrijk is dat bij elke verhoging van 0,3 pH de emissie kan verdubbelen. Door te sturen op rantsoen en vertering kun je hier invloed op uitoefenen. Vaste mest, zoals potstalmest, bindt stikstof aan koolstof en werkt anders dan drijfmest.”

Minder aankopen, meer uit je eigen systeem

Het verdienmodel zit volgens Yvette vooral in het beter benutten van de mogelijkheden op jouw eigen bedrijf. “Het komt neer op kostenbesparing op middelen en kunstmest, minder bewerking van het land en de bodem meer zelf het werk laten doen.

Door te werken aan een actieve bodem en betere mestkwaliteit, hoef je minder kunstmest aan te voeren en kun je mogelijk ook besparen op bewerkingen en voer. Je systeem wordt efficiënter en er is steeds meer sprake van een gesloten kringloop.

Daar staan wel investeringen tegenover. Zo vraagt compostthee om een flinke stap: een installatie is kostbaar en het vraagt ook kennis en opleiding om er goed mee te werken.

Tegelijk is het vertalen naar harde euro’s nog niet altijd eenvoudig. Voor mestkwaliteit liggen er kansen, bijvoorbeeld bij mestafzet, maar concrete prijsvoorbeelden zijn nog niet altijd beschikbaar.

Voor compostthee geldt dat de praktijk nog in ontwikkeling is. Er zijn waarschijnlijk wel metingen en ervaringen, maar binnen deze groep boeren wordt nog volop geëxperimenteerd. Het gaat nog niet om een wetenschappelijk onderbouwde aanpak, maar om leren in de praktijk.”

Eén systeem: van koe tot bodem

De belangrijkste stap is om het geheel als één systeem te zien. Wat je voert, bepaalt je mest. De kwaliteit van je mest bepaalt wat er in de bodem gebeurt. En het bodemleven bepaalt hoeveel de plant uiteindelijk kan opnemen. En de koe eet de plant weer. Door op al die schakels te sturen zoals: voer, mest en bodemleven, haal je meer uit je eigen nutriënten. Daarmee verlaag je je afhankelijkheid van externe inputs en werk je aan een robuuster bedrijf.

 

LTO Noord