“In maart 2025 zijn de deelnemers gestart met het maken van een eigen biofertiliser. In de maanden daarna hebben ze het ook toegepast. In oktober hebben we de laatste stand van zaken besproken; er was duidelijk interesse, maar ook gezonde voorzichtigheid. Biofertilisers lijken goed te passen bij de uitdagingen waar de projectdeelnemers nu mee te maken hebben”, zegt Yvette van Wichen, projectleider en werkzaam bij LTO Noord. “Een van de deelnemers wil de biofertiliser bijvoorbeeld gebruiken om het snoeisel van zijn houtwal te laten voorverteren en dit daarna over het land uit te rijden.”
Luc Meeuwissen, adviseur bij Napagro: “Biofertilisers zijn natuurlijke middelen die bestaan uit levende micro-organismen: bacteriën, gisten en schimmels. Samen vormen ze een soort team dat in de bodem en met de plant werkt aan beter leven en betere opbrengst. In plaats van kunstmest toe te voegen, zorgen biofertilisers ervoor dat planten de voedingsstoffen die al in de bodem aanwezig zijn beter kunnen benutten.”
“Een bekend voorbeeld is EM, wat staat voor Effectieve Micro-organismen. EM zorgt ervoor dat fermentatieprocessen in bodem en mest gaan domineren, waardoor nutriënten sneller beschikbaar komen en schadelijke rotting wordt onderdrukt. In dit project maakten de deelnemers kennis met de Cubaanse variant, EM Cubana, die eenvoudig zelf te bereiden is.”
Hoe werkt het en wat levert het op?
Luc: “Het proces ziet er verrassend simpel uit. Agrarische ondernemers namen bosgrond als basis, voegden zemelen en melasse toe als energiebronnen voor de micro-organismen, en lieten dit in afgesloten vaten fermenteren. Binnen enkele weken was een vaste fractie klaar, die in een 2de fase met water, melk en melasse verder gefermenteerd werd tot een vloeibaar product dat je kunt gebruiken in de mest, op de bodem of zelfs als bladtoepassing. Waar compostering vaak maanden duurt, geeft EM Cubana sneller resultaat en kun je het in verschillende fasen van de teelt inzetten.”
Yvette: “Biofertilisers helpen agrarische ondernemers om mest beter te benutten, emissies te verlagen én de bodem te versterken. De bodem houdt meer water vast, is makkelijker te bewerken en gewassen kunnen beter tegen droogte of hevige regen. Ook worden planten weerbaarder tegen ziekten en plagen, waardoor minder middelen nodig zijn en voedingsstoffen efficiënter worden benut. Tijdens de bijeenkomst zagen deelnemers bovendien dat toevoeging van EM aan mest de pH verlaagt en stikstofverliezen beperkt. Dit past goed bij de opgaven in ons gebied, zoals schoner water, minder uitstoot en meer weerbare teeltsystemen. Daarmee sluit het ook mooi aan bij initiatieven binnen het DAW, waar we werken aan gezonde bodems en minder verlies van nutriënten.”
Kansen en uitdagingen voor Gelderse boeren
Yvette: “Toch vraagt het werken met biofertilisers ook iets van de ondernemer. Het maken van EM Cubana kost tijd en aandacht, en de resultaten verschillen per bedrijf en perceel. Financieel kan zeker interessant zijn, omdat je minder externe inputs hoeft te kopen.”
“In Nederland wordt EM al gebruikt, zowel in kant-en-klare producten als in mengsels die boeren zelf maken. Er zijn verschillende leveranciers met commerciële EM-producten, die een vaste en constante samenstelling hebben. Daarnaast kiezen sommige agrarische ondernemers ervoor om zelf EM-achtige mengsels te brouwen met lokale grondstoffen. Dat vraagt meer kennis en aandacht, maar geeft ook ruimte om het middel af te stemmen op het eigen bedrijf.”
“Juist omdat de projectdeelnemers te maken hebben met strenge mestregels, kosten voor mestafzet en toenemende klimaatextremen, biedt deze techniek kansen. Biofertilisers dragen bij aan een veerkrachtige bodem, verlagen emissies en maken bedrijven minder afhankelijk van kunstmest.”
Kennis in en door de Praktijk is een project van het Platform Natuurinclusieve Landbouw Gelderland waarin agrarische ondernemers samen leren hoe zij natuur en landbouw beter kunnen combineren. In dit project werken agrarische ondernemers, onderzoekers en adviseurs direct op het agrarische ondernemerserf samen. Agrarische ondernemers kiezen zelf welke onderwerpen voor hen belangrijk zijn, zoals bodem, mest, water of gewasgroei. Op de deelnemende bedrijven worden proefvelden aangelegd om nieuwe manieren van werken uit te proberen. De resultaten worden besproken in kleine kennisgroepen, zodat agrarische ondernemers van elkaar kunnen leren. Diverse onderzoekers helpen mee met metingen en praktische kennis. Zo ontstaat duidelijker wat in de praktijk goed werkt. Het project wil laten zien dat natuurinclusieve landbouw haalbaar is voor gewone agrarische ondernemers. Ook helpt het bij grote opgaven zoals bodemverbetering, waterkwaliteit en klimaat. Door samen te onderzoeken en te proberen, wordt de landbouw in Gelderland stap voor stap duurzamer en toekomstbestendig.