Het model is ontwikkeld in Gelderland, samen met melkveehouders, overheden en ketenpartijen. De kern is eenvoudig: spreek duidelijke doelen af en geef boeren de ruimte om zelf te bepalen hoe ze die halen.
Sturen op resultaat, niet op regels
In het Markemodel draait het niet om vaste maatregelen, maar om wat je bereikt op je bedrijf. Denk aan doelen voor waterkwaliteit, emissies, bodem en biodiversiteit. Als ondernemer gebruik je je eigen kennis en data, bijvoorbeeld uit de KringloopWijzer, om keuzes te maken die passen bij jouw bedrijf. Dat geeft ruimte voor maatwerk en vakmanschap.
In de praktijk betekent dit dat je gerichter kijkt naar je bedrijfsvoering. Hendrik Wesselink, deelnemer en lid van de Boerenraad vertelt: “Wij zijn frequenter gaan maaien om de CO₂ te verlagen. Dat heeft geleid tot een daling van ongeveer 200 gram CO₂. In combinatie met de vergoeding van Friesland Campina komt dit goed uit. Het advies kwam vanuit het Markemodel. Daarnaast hebben we meer kruidenrijk grasland ingezaaid.
Ook hebben we een heg langs de sloot aangeplant. Dit zorgt voor een beter klimaat voor de koeien en ook daar staat een vergoeding tegenover. Daarbij speelt mee dat de laatste meter, die niet bemest mag worden, nu toch wat oplevert.”
Samenwerking is de basis
Een belangrijk onderdeel van het Markemodel is de samenwerking tussen de Markeraad en de Boerenraad. De Markeraad, bestaande uit o.a. waterschap en overheden, stelt doelen op voor een regio. De Boerenraad toetst deze doelen op haalbaarheid en vertaalt ze naar de praktijk. Door deze wisselwerking ontstaan doelen die beter aansluiten bij het boerenbedrijf.
Dat zie je ook terug in de praktijk. Doelen en KPI’s worden aangepast op basis van ervaringen van boeren: “Ja. Zo zijn de milieubelasingspunten niet op 0 gezet, maar rond de 35, ongeveer 10% van wat het was. Daarmee worden inspanningen, zoals het gebruik van een spotsprayer, beter beloond.
In de eerste fase waren er ook andere gewassen opgenomen in plaats van alleen blijvend grasland. Het doel is namelijk niet blijvend grasland, maar een laag bodemoverschot. Zo heeft de Boerenraad meerdere wegingsfactoren kunnen aanpassen.”
Wat betekent dit voor de bedrijfsvoering?
Doelsturing en samenwerking geven meer grip op je eigen bedrijfsvoering. Je werkt met je eigen cijfers en maakt keuzes die passen bij jouw situatie. Tegelijk brengt het ook uitdagingen met zich mee. Sommige KPI’s zijn lastig te halen:
“CO₂ en milieubelastingspunten zijn lastige KPI’s om aan te voldoen. CO₂ heeft te maken met de extensiviteit; we kunnen er wel iets aan doen, maar het blijft lastig. Vanwege onze akkerbouwtak is het extra lastig, we moeten immers regelmatig spuiten tegen onkruiden en plagen. Mede daarom zijn we intensief op zoek naar biostimulanten om dit te verlagen.”
Ook vraagt deelname om inzet en soms extra administratie: “Er is wel enige extra administratie. Daarnaast is er een inspanningsverplichting voor het bijwonen van studiemiddagen, omdat het een gezamenlijk leerproces is.”
Het Markemodel laat zien dat een andere manier van werken mogelijk is: minder focus op regels, meer op resultaat. Door doelsturing en samenwerking ontstaat ruimte voor maatwerk, leren en ondernemerschap.
Tijdens de tweede natuurinclusieve landbouwdag in Lunteren was er veel belangstelling voor de workshop Doelsturen met o.a. het Markemodel. Meer weten over deze dag: Lees hier de terugblik>>