Kievit

A. Uitvoeringsgericht opschalen

In het uitvoeringsprogramma NIL fase 1.0 is veel geleerd. Voor veel onderdelen weten we nu wat goed en minder goed werkt. In de volgende fase willen we de ontwikkelde en opgedane kennis verder in uitvoering zetten.

Enkele voorbeelden:

  • Het implementeren van de honderden opgestelde bedrijfsnatuurplannen kan worden uitgerold (Collectieven/SLG/VNC)
  • De toepassing van het BAM (biodivers akkermozaïek) concept kan worden uitgebreid in Rivierenland en worden overgeheveld naar de andere regio’s (Collectieven)
  • Het gebruik van bokashi kan worden opgeschaald, mede door de plek die het in de beheerpakketten heeft gekregen.
  • De ervaringen met gebiedsplannen/gebiedsaanpak (Gebiedscoöperatie Zuidelijke IJsselvallei/gemeenten Veluwe/ Fruitmotor) kunnen worden overgenomen in andere regio’s.
  • De ervaringen met monitoring NIL (WLR/de Marke) kunnen worden opgeschaald om een nog beter beeld te krijgen van de impact van de NIL inspanningen op de kwaliteit van bodem, water en biodiversiteit.

Ook wordt actief de aansluiting gezocht bij bestaande programma’s en processen die buiten het uitvoeringsprogramma zijn gestart, bijv. een koppeling met Aanvalsplan Landschap, afspraken met Waterschappen over natuurvriendelijke oevers, DAW, Boerenperspectief, de veldcoördinatoren van de Collectieven, etc.
Hierbij houden we oog voor de diversiteit en ruimte voor een verschillende aanpak. Zo dragen we ook bij aan de invulling van de specifieke opgaven die gelden voor de diverse gebieden binnen de provincie.

Resultaten
  •  De mate waarin de gegunde projecten hebben bijgedragen aan maatschappelijke doelen en milieuopgaven, dus wat zijn de effecten van de activiteiten in het programma op de doelen m.b.t. biodiversiteit, stikstof, de Kaderrichtlijn Water, etc.
  • Modelmatig kijken naar de effecten van natuurinclusieve maatregelen op bijv. ammoniakemissie, N-depositie, broeikasgassen en waterkwaliteit.